010 412 33 69
Het laatste nieuws omtrent debazis.

Kantoortuinen, stilteruimtes en andere misvattingen

Kantoortuin

Kantoortuinen, stilteruimtes en andere misvattingen

De kantoren van bedrijven als Facebook en Google, die er aan de Amsterdamse Zuid-as voor zorgen dat het de werknemers aan niets ontbreekt, kunnen ons met jaloezie vervullen. Wie wil er nu geen pooltafel op zijn werkplek?

Bij ABN AMRO hebben ze het Dialogues House, een kleurrijk gebouw in Amsterdam dat creativiteit en innovatie bij de werknemers moet bevorderen. Kriskras in de ruimte zijn er plekken om te werken, van ligzakken waarin ABN’ers ontspannen en ideeën kunnen uitdenken tot zogeheten ‘pressure cookers’ (een afgesloten ruimte) waarin werknemers niet afgeleid worden en ze zich volledig kunnen richten op het probleem voorhanden. Oh ja, en het ruikt er dankzij de gezellige coffeecorner midden in het House altijd naar versgebakken appeltaart.

Een vraag die vaak pas later komt is: zijn de werknemers op zulke plekken nu ook productiever? Zorgt een schone, ordelijke plek voor meer productiviteit, zoals Bert Teeuwen bepleit in zijn boek 5S Werkplekorganisatie? Psychologie Magazine heeft zich op deze  vragen gericht en zet, op basis van bevindingen uit omgevingspsychologie, de belangrijkste misvattingen over werkplekken op een rijtje.

Hieronder volgt een korte opsomming van de bevindingen:

  1. Kantoortuinen werken niet omdat ze te lawaaierig zijn en werknemers er geen privacy hebben.
  2. Stilteruimtes zijn moeilijk te handhaven (‘Beter is het om te bevorderen dat er op de eigen werkplek stilte en rust heersen’).
  3. Enorme afdelingen bevorderen samenwerken niet. Iemand die verder dan vijftig meter bij je vandaan zit, kan net zo goed in een andere ruimte werken.
  4. Flexwerkplekken hebben als nadeel dat mensen hun plek niet kunnen indelen. En mensen blijken productiever als ze op een plek werken die ze zelf kunnen inrichten.
  5. Een leeg en schoon bureau betekent niet altijd dat iemand productiever is. Rommel op bureaus bevordert creativiteit.

Bron: Psychologie magazine